Waar rook is, is niet altijd vuur
03:41 uur
Midden in de nacht word ik wakker. Verstoord kijk ik op de klok naast mij. In grote groene cijfers lees ik dat het 3:41 is. Ik denk dat het een droom was die me wakker maakte, een droom over gillende sirenes. Veel te vroeg om op te staan, besluit ik, en draai me nog een keer om.
03:43 uur
Even later schrik ik weer wakker. Twee minuten later is het nu, zeggen de groene cijfers. En nu weet ik zeker dat er iets mis is, al blijf ik in de ontkennende fase. Geef me eens ongelijk op dit tijdstip.
03:45 uur
Weer twee minuten later begin ik het te begrijpen. Een van de rookmelders in huis geeft een akelige piep om de paar minuten.

Nee, geen piep vanwege een dreigend brandje, maar vanwege een batterij die bijna leeg is. Een rookmelder met een ingebouwd waarschuwingssysteem tegen lege batterijen, dat is toch het technologisch toppunt van onze beschaving.
Wonen in een huis met vier verdiepingen betekent: op elke verdieping een rookmelder. En dan is er elk half jaar wel eentje met een lege batterij.
Met mijn slaperige hoofd rol ik uit bed; ik moet nu eerst detecteren welke van de vier rookmelders het alarmsignaal geeft. Suffend bereken ik dat ik dat binnen acht minuten aan de weet moet zijn.
03:51 uur
Het valt mee, al na zes minuten weet ik welke rookmelder de lege batterij heeft: die op de bovenste verdieping. Mijn keukentrapje staat helemaal beneden; ik stommel de trap af en snauw naar de
poes die voor mijn voeten opduikt. Zelfs zij weet dat ze me beter kan mijden op dit tijdstip, onder deze omstandigheden.
03:54 uur
Ik sta op de overloop van de bovenste verdieping en klim op het keukentrapje. Hoger kan ik niet zijn, realiseer ik me. Maar parbleu, ik heb ook nog een schroevendraaier nodig om de rookmelder open te maken. De schroevendraaiers liggen ergens beneden. En elke twee minuten is er dat akelig harde piepje. Het is erger dan een baby die om de fles schreeuwt. Geloof me: baby’s die ’s nachts om de fles schreeuwen, zijn akelige wezentjes.
03:55 uur
Ik ben weer beneden en bedenk me dat mijn schroevendraaierset in de kofferbak van mijn auto ligt. Gelukkig regent het dat het giet, anders was de poes nu ook nog eens ontsnapt. Krols als zij is, dient ze binnen te blijven.
In pyjama strompel ik over het natberegende tuinpad en prijs me gelukkig dat de bagageruimte van de auto niet op slot kan. Daarom hoef ik niet naar de autosleutels te zoeken.
03:57 uur
Met schroevendraaier in de hand, op het keukentrapje op de hoogste verdieping van het huis. Daar sta ik dan. De slaperigheid voorbij. Met een aan routine grenzende beweging duw ik de schroevendraaier in het gleufje en schuif de rookmelder van de houder af. Met wat gepriegel haal ik, twee schelle piepjes trotserend, de batterij eruit. Rotding. Ik leg rookmelder en batterij naast elkaar op het trapje. Morgen, uh, vandaag, naar de Hema om een nieuwe batterij te kopen. De kans dat vannacht mijn huis in brand vliegt, acht ik gering, dit risico durf ik wel te lopen.
03:58 uur
Ik lig weer in bed, eindelijk. Nu nog in slaap zien te komen. Ooit leerde ik ontspanningsoefeningen. Beginnend bij mijn linker…
03:59 uur
PIEP!!
Nee hè?! Weer die akelige piep. Ik word gek, ik hallucineer, iemand heeft een poloniummix door mijn muntthee van gisteravond gemengd.
De ingenieur in mij weet dat er vermoedelijk nog wat elektriciteit is opgeslagen in de condensatoren in de rookmelder. Het piepje is duidelijk zachter dan voorheen. Het zal zo wel over zijn.
04:05 uur
Ik slaap niet, de rookmelder gaat onverdroten voort met het verspreiden van piepgeluiden elke twee minuten. De maat is vol, zij eruit of ik eruit. Zij dus. Voor de laatste keer deze nacht ga ik naar boven, pak de rookmelder die nog een keer piepend haar laatste levenssap eruit perst. Ik bonk de trap naar beneden en loop de tuin in. Het regent niet meer: poeslief ontsnapt langs mijn benen naar buiten.
Laat maar, ik capituleer voor deze nacht. Met een gelaten gebaar werp ik de protesterende rookmelder in de kofferbak van de auto. Hier kan ze piepen wat ze wil, horen doet niemand haar.
04:08 uur
Het bed wacht op me. Rookmelder-gate is voorbij, echt. Ik vraag me af waarom rookmelderbatterijen altijd 's nachts leeg raken. Lang duurt deze gedachte niet; gelukzalig val ik in slaap. Ik heb het ‘m toch weer geflikt…
© 2008, René
Naschrift
Over een week of negen hebben we een poezennestje. Wie wil er jonkies hebben?