Member details
 Show in normal design
Disclaimer

Feit en fictie lopen door elkaar heen in de blogs van René. Laat u niet misleiden!
Gelijkenis met werkelijke bestaande personen of organisaties kan dus op toeval berusten.
Favorite blogs
Links
 
Waar rook is, is niet altijd vuur

03:41 uur

Midden in de nacht word ik wakker. Verstoord kijk ik op de klok naast mij. In grote groene cijfers lees ik dat het 3:41 is. Ik denk dat het een droom was die me wakker maakte, een droom over gillende sirenes. Veel te vroeg om op te staan, besluit ik, en draai me nog een keer om.

03:43 uur
Even later schrik ik weer wakker. Twee minuten later is het nu, zeggen de groene cijfers. En nu weet ik zeker dat er iets mis is, al blijf ik in de ontkennende fase. Geef me eens ongelijk op dit tijdstip.

03:45 uur
Weer twee minuten later begin ik het te begrijpen. Een van de rookmelders in huis geeft een akelige piep om de paar minuten. no nameNee, geen piep vanwege een dreigend brandje, maar vanwege een batterij die bijna leeg is. Een rookmelder met een ingebouwd waarschuwingssysteem tegen lege batterijen, dat is toch het technologisch toppunt van onze beschaving.

Wonen in een huis met vier verdiepingen betekent: op elke verdieping een rookmelder. En dan is er elk half jaar wel eentje met een lege batterij.

Met mijn slaperige hoofd rol ik uit bed; ik moet nu eerst detecteren welke van de vier rookmelders het alarmsignaal geeft. Suffend bereken ik dat ik dat binnen acht minuten aan de weet moet zijn.

03:51 uur
Het valt mee, al na zes minuten weet ik welke rookmelder de lege batterij heeft: die op de bovenste verdieping. Mijn keukentrapje staat helemaal beneden; ik stommel de trap af en snauw naar de poes die voor mijn voeten opduikt. Zelfs zij weet dat ze me beter kan mijden op dit tijdstip, onder deze omstandigheden.

03:54 uur
Ik sta op de overloop van de bovenste verdieping en klim op het keukentrapje. Hoger kan ik niet zijn, realiseer ik me. Maar parbleu, ik heb ook nog een schroevendraaier nodig om de rookmelder open te maken. De schroevendraaiers liggen ergens beneden. En elke twee minuten is er dat akelig harde piepje. Het is erger dan een baby die om de fles schreeuwt. Geloof me: baby’s die ’s nachts om de fles schreeuwen, zijn akelige wezentjes.

03:55 uur
Ik ben weer beneden en bedenk me dat mijn schroevendraaierset in de kofferbak van mijn auto ligt. Gelukkig regent het dat het giet, anders was de poes nu ook nog eens ontsnapt. Krols als zij is, dient ze binnen te blijven.
In pyjama strompel ik over het natberegende tuinpad en prijs me gelukkig dat de bagageruimte van de auto niet op slot kan. Daarom hoef ik niet naar de autosleutels te zoeken.

03:57 uur
Met schroevendraaier in de hand, op het keukentrapje op de hoogste verdieping van het huis. Daar sta ik dan. De slaperigheid voorbij. Met een aan routine grenzende beweging duw ik de schroevendraaier in het gleufje en schuif de rookmelder van de houder af. Met wat gepriegel haal ik, twee schelle piepjes trotserend, de batterij eruit. Rotding. Ik leg rookmelder en batterij naast elkaar op het trapje. Morgen, uh, vandaag, naar de Hema om een nieuwe batterij te kopen. De kans dat vannacht mijn huis in brand vliegt, acht ik gering, dit risico durf ik wel te lopen.

03:58 uur
Ik lig weer in bed, eindelijk. Nu nog in slaap zien te komen. Ooit leerde ik ontspanningsoefeningen. Beginnend bij mijn linker…

03:59 uur
PIEP!!
Nee hè?! Weer die akelige piep. Ik word gek, ik hallucineer, iemand heeft een poloniummix door mijn muntthee van gisteravond gemengd.
De ingenieur in mij weet dat er vermoedelijk nog wat elektriciteit is opgeslagen in de condensatoren in de rookmelder. Het piepje is duidelijk zachter dan voorheen. Het zal zo wel over zijn.

04:05 uur
Ik slaap niet, de rookmelder gaat onverdroten voort met het verspreiden van piepgeluiden elke twee minuten. De maat is vol, zij eruit of ik eruit. Zij dus. Voor de laatste keer deze nacht ga ik naar boven, pak de rookmelder die nog een keer piepend haar laatste levenssap eruit perst. Ik bonk de trap naar beneden en loop de tuin in. Het regent niet meer: poeslief ontsnapt langs mijn benen naar buiten.
Laat maar, ik capituleer voor deze nacht. Met een gelaten gebaar werp ik de protesterende rookmelder in de kofferbak van de auto. Hier kan ze piepen wat ze wil, horen doet niemand haar.

04:08 uur
Het bed wacht op me. Rookmelder-gate is voorbij, echt. Ik vraag me af waarom rookmelderbatterijen altijd 's nachts leeg raken. Lang duurt deze gedachte niet; gelukzalig val ik in slaap. Ik heb het ‘m toch weer geflikt…

© 2008, René

Naschrift
Over een week of negen hebben we een poezennestje. Wie wil er jonkies hebben?








Men zegt dat de neus hét zintuig is dat je terugbrengt naar het verleden. Ruik ik de geur van Denim aftershave, dan denk ik aan mijn studententijd en de vele nutteloze dagen en nachten die ik vierde. Ruik ik oliebollen, dan denk ik terug aan mijn oma.

Mijn oma was een goed mens. Elk jaar met Oud en Nieuw bakte ze oliebollen. Om de geur weg uit het huis te houden stond het raam in de keuken wagenwijd open. Tevergeefs, overigens. Op koude Oudjaarsdagen moest ze zelfs een jas aan in de keuken. Jaja, toen had je nog koude dagen in december.

Nu niet meer en dat komt door de global warming. Zegt iedereen, dus zal het zo zijn. Ik doe daar overigens even hard aan mee, aan het genereren van schadelijke klimaatstoffen. Die paar spaarlampen, boodschappen halen te voet en een weelderig aangelegde achtertuin compenseren onvoldoende mijn hoge jaarlijkse dieselkilometrages.
Het ligt overigens niet aan mijzelf: het is mijn tienjarige Benz die gewoon té heerlijk rijdt om niet af en toe even naar Kopenhagen te blazen of een weekendje aan de Loire door te brengen. Het leven is te goed om er niet van te mogen genieten.

Eindelijk heb ik een nieuw en effectief wapen gevonden tegen roet en CO2: slaolie als brandstof. Helemaal nieuw is het idee niet: Rudolph Diesel liet in 1892 zijn eerste motor op pindaolie lopen. Tegenwoordig gebruiken we genetisch gemanipuleerde sojaolie, maar die had je toen nog niet.

no nameVan de week een twintig literblik slaolie van de goedkoopste soort gekocht bij de Makro, een trechtertje erbij en samen met dochterlief het vette spul in de tank gegoten. Het was nogal een gedoe, een dergelijk groot blik schenkt lastig. Met hamer en schroevendraaier heb ik er een ontluchtingsgaatje in getikt, wat niet voorkwam dat er misschien wel een halve liter overheen klotste. We hadden nochtans dikke pret, temeer daar we op deze wijze circa twintig euro aan accijnzen weghouden uit de kas van Wouter Bos.

Die twintig euro vloeit nu naar arme sojaboeren in Azië, houd ik mijzelf voor. Een stukje ontwikkelingssamenwerking op microschaal is dit.

De auto rijdt overigens probleemloos op het spul. Voorheen liet ze bij stevig gasgeven een zwart roetwolkje achter en een dito schuldgevoel. Rijden op slaolie roet nauwelijks nog: fijnstof de wereld uit, begin bij jezelf.
In plaats daarvan verspreidt de Benz nu een bijzondere geur die me aan vroeger doet denken. Bij het achteruit inparkeren zet ik eerst alle ramen en het schuifdak open om het ten volle op te kunnen snuiven.

Het is net of mijn oma weer even terug is, en oliebollen staat te bakken in de bagageruimte...

© 2008, René

Naschrift:
1. Het rijden op slaolie is alleen mogelijk bij dieselmotoren met een traditionele Bosch-pomp en indirecte inspuiting; moderne commonrail diesels kunnen zware schade oplopen als gevolg van de hogere viscositeit van slaolie.
2. Overijverige douane- of belastingbeambten die menen mij een naheffing te moeten sturen op basis van bovenstaand verhaal, wijs ik ten overvloede op de disclaimer in de kolom links.



4 Jun, 11:44
Mijn naaister strijkt niet. Ik strijk daarom zelf*.

Meestal op de vroege ochtend één overhemd, dat ik die dag nodig heb. Elke vroege ochtend neem ik me weer voor om op een zondag alle gewassen overhemden in één keer te strijken. Dat is namelijk veel efficiënter. En elke keer verdrinkt dat goede voornemen in zoveel spannender dingen die op een zondag zijn te doen.

no nameZoals daar zijn het doornemen van mijn vaklitteratuur, het doen van organoleptische keuringen van vloeibare versnaperingen, het uitbreiden van mijn ervaringsdeskundigheid ten aanzien van goede spijslocalen of simpelweg het beschouwen van de wereldpolitiek bezien vanaf mijn Vinexterras.



Ik leg me erbij neer. Het leven is niet een probleem dat opgelost moet worden, maar een werkelijkheid die moet worden ondergaan.


(c) 2008 René

*met dank aan en in reactie op Mx met haar belangstellende vraag: 'Heb je toen nog een naaister gevonden? Strijkt zij ook?'


Nuja, en wij maar denken dat je op de Deutsche Autobahn ongebreideld kunt hardrijden...

Niet helemaal dus. Ergens in februari trokken we voor een Wochenende naar Bayern. Dat leverde een uitgelichte foto op Hyves op. Ik groei nog elke keer een meter als er weer eens wat wordt uitgelicht van me.

Enfin, rijdend naar Bayern over de Autobahn-3, zo ter hoogte van het lieflijke stadje Limburg an der Lahn is een Geschwindigkeitsbeschränkung ingesteld van 100 km/u. Vrolijk keuvelend en grijnzend reed ik daar ongemerkt 130. Want Deutschland ist Deutschland, toch? En wat is nou 130 kilometer per uur? Eigenlijk heel netjes van mezelf. Die rode flits die me welhaast verblindde, ach, daar hoor je vast nooit wat van. Dacht ik.

Correct als onze buren zijn, maken ze een prent recht van voren. En letten er kennelijk ook nog eens op dat de bril niet spiegelt en er geen slagschaduwen no nameop het gezicht te zien zijn. En evenmin is er een beletsel voor degenen die vanuit levensovertuiging een hoofddeksel dragen. Alles mag en alles kan.

Vandaag viel er een briefje in de bus. Aus Deutschland. Mét daarin een prachtige prent van mijzelf. Voor een hardrijdtarief waar je graag nog een keer voor op de foto gaat: een luttele 30 euro.


30 euro! Een pasfoto laten maken bij de gemiddelde Utrechtse fotograaf kost al meer.
Mijn tip voor eenieder die een nieuw paspoort aan wil vragen: spoedt u naar Duitsland en rijdt een tempo dat u goeddunkt. Want wie weet: als u héél erg te hard rijdt, krijgt u misschien zelfs wel een kleurenfoto...

De makelaars hebben een geheim wapen in de strijd gebracht. De bruingrijze eentonigheid van de oneindige vinexwijk Leidsche Rijn wordt opgekleurd. Niet door architecten, neen, maar door een fleurig volkje van fraaie makelaressen.

Enige tijd al ben ik op zoek naar een nieuwbouwwoning in de donkere woningmassa ten westen van Utrecht. In de ruimere klasse wordt veel aangeboden. Bruine stenen, antracietgrijze daken en kleine tuintjes is wat de klok slaat.
In vrolijkmakende tegenstelling daarmee staat het damesvolk dat de woningen aan de man brengt. De ene dame is nog fraaier dan de andere.

Zo had ik een optie bij Marjolein. De manier waarop Marjolein me trachtte over te halen mijn handtekening te zetten, was Genieten met de grote G. Met haar 36 lentes en dito maatje vouwde ze de bouwtekeningen vrouwelijk zwierig open. Ze frunnikte een beetje aan haar maatlatje. En hoe ze me de tegelmonsters liet zien… adembenemend. Haar riante Berlagewoning bleek echter tegen het talud van de spoorlijn gebouwd te worden.

Na Marjolein volgden daarom nog meer makelaarsgesprekken over nieuwbouwwoningen. Patricia pronkte met haar prachtige gevel. Liselotte had een lekker vrije ligging. Debbie bood schitterende details. Ik genoot intens van het intieme gesprek met de stoere Ingrid. Natasja maakte de kapitale fout door haar afspraak op het laatste moment over te laten nemen door een mannelijke collega. Een mán?! Neen, daar hebben wij geen trek in hier.

Vandaag heb ik eindelijk mijn handtekening gezet onder een koop-/aannemingsovereenkomst. Ik ben namelijk als een blok gevallen voor Cathalijne. Haar benen oneindig, haar kleuren mysterieus. Haar vrolijke lach schiet me wakker net voor ik alweer in haar ogen dreig te verdrinken. Loven en bieden is nog nooit zo fijn geweest.
En oh ja: haar notariswoning in jaren ’30-stijl is lang niet onaardig…

no nameIk zal ze missen, de gesprekken met de makelaressen van Leidsche Rijn. Vanaf nu zullen discussies met de mannen van de aannemer mijn deel worden. Loodgieters, installateurs en keukenboeren lopen straks de vloer plat. Met pannenbier ga ik bouwvakkers fêteren. Bouwstof en cementsluier worden mijn habitat.


Maar er gloort hoop! Aanstaande dinsdag ga ik mijn hypotheek regelen.
Bij de blonde Bernadette.


© René, maart 2008
Om privacy redenen zijn namen gefingeerd. Om dezelfde reden ook is ervan afgezien om links te leggen naar de Hyves van de betreffende dames. Op deze tekst is de volgende disclaimer van toepassing: ;-)

19 Mar, 17:36
“Er is bijna geen Nederlander meer die níet klust in huis: maar liefst 94 procent neemt zelf het gereedschap ter hand. Voor driekwart is kostenbesparing de voornaamste reden, want uitbesteden vinden we véél te duur.” Dat lees ik in De Pers, die het weer heeft gelezen in Reader’s Digest.

no nameVolgens mij zit er iets heel anders achter: zelf klussen is een vorm van irritatievermijding. Want heeft Ú weleens geprobeerd een klusjesman te vinden die zijn werk op tijd, binnen budget en ook nog eens netjes afrondt? Ik niet.
Al vier jaar lang wil ik mijn automobiel droog stallen onder een nog te realiseren carport. Drie verzoeken om een offerte te krijgen, afwisselend gericht aan een heuse aannemer tot aan Saïd vijf blokken verderop… geen enkele prijsopgaaf bereikte mij.
En ik ken mezelf onderhand, dus ik begin er zelf maar niet aan. En zo trotseert de trouwe automobiel al een tijdje zon, regen en ander van buiten komend onheil.

Programma’s als ‘Help, mijn man is klusser’ zijn schijnheilig. Een beschimping van mannen in het algemeen, en in het bijzonder van hen die het beste voorhebben met hun geliefde. Want een beetje thuisklusser probeert gewoon zijn wederhelft te beschermen tegen klusjesmannen die niet komen opdagen. Niks niet goedkoop prutsen; veel hogere doelen worden gediend. Hulde voor de thuisklusser, en zeur niet over dat ene plintje dat nog vastgezet moet worden.

De thuisklusser heeft een duwtje in de rug gekregen uit onvermoede hoek. Opiniepeiler no nameMaurice de Hond beschuldigt al jaren de klusjesman. Niet alleen van het leveren van prutswerk, maar zelfs van een heuse moord. De Hoge Raad oordeelde dinsdag dat de zaak niet heropend wordt, en daarmee dat klusjesman Michael de Jong geen blaam treft.

De Jong, diezelfde dag voor het eerst full-fletch bij NOVA op de televisie, wil zijn naam nog verder zuiveren. Want behalve van de moord, is hij ook beschuldigd van het zijn van klusjesman. En ook dát ontkent hij nu in alle toonaarden. Hij is antiekrestaurateur; dat is een eerzaam beroep.

Mijnheer De Hond is echter een doorbijtertje en heeft nog enkele stuiptrekkingen voor ons in petto.
Rest your case, Maurice, zou ik echter willen zeggen. Reader’s Digest heeft het onderzocht en vastgesteld dat 94% van de Nederlandse bevolking niets heeft met klusjesmannen. U heeft dus niet veel meer te winnen; laat U die Michael de draad weer oppakken in zijn leven.

Kan-ie meteen aan de slag om een leuke carport voor mij neer te zetten.


19 Mar, 12:33
De slak
Die het tuinpad overstak
Zei: 'Krak!'
Onder mijn hak

(c) René, maart 2008


Als repliek op het kinderliedje:

Het hondje zegt waf
En de duif zegt roekoe

De poes zegt miauw
En het koetje zegt boe

Het varken zegt knor
En het eendje zegt kwak

Maar wie zegt er niets?
Dat is de slak
14 Feb, 07:26
Ik wenk de barman nog een mojito in te schenken. De jongeman, halverwege twintig, met een zo kenmerkend dun snorretje dat de bovenlippen van de vele Hispano’s hier siert, danst kwiek naar mijn tafeltje. ‘Por favor, señor’, glimlacht hij. Hij heeft mijn zenuwachtigheid overduidelijk in de gaten. ‘You are waiting for somebody, sir?’ vraagt hij.

Het is morgen precies twee weken geleden dat ik aankwam. De wachtrijen op José Martí Airport vielen best mee; een taxi had ik zo geregeld. Nee, niet zo’n prachtige Amerikaanse slee uit de jaren vijftig, dat niet, maar een gewone onbeduidende auto die me netjes afzette op de laan met palmbomen voor het hotel. Hotel Nacional, een van de relikwieën van voor de revolutie. Uit de tijd dat Amerikaanse toeristen hier kwamen om hun geld te vergokken en zich te vergrijpen aan het vele vrouwelijk schoon dat Cuba toon ook al bood. Castro zette daar een dikke streep onder. En ik begrijp hem.

Eerst viel ze me niet eens zo op. Gewoon, een mooie jonge vrouw zoals er hier vele zijn. Met een keurig baantje in de toeristensector. Pas toen ik me verdiepte in de excursies die zij verkocht, raakte ze me. Haar vrolijke krullen, haar olijfgroene ogen, haar ranke figuur. Er verscheen een kuiltje in haar wang toen ze met tuitende lippen naar me lachte. De dagexcursie die ik boekte, naar de tabaksplantages van Viñales, boekte ik vooral om haar een plezier te doen.

no nameEn hoewel ik van plan was het hele land door te reizen, ben ik twee weken lang hier in Habana gebleven. Vanwege haar. Ana blijkt bijna tien jaar jonger dan ik. En geen minuut is ze uit mijn gedachten geweest. Elke stap die ik zet in de broeierige straten, elk cafeetje waar ik neerstrijk, elke keer dat ik langs de woest beukende oceaan loop; alleen maar denk ik aan Ana. Ik praat denkbeeldig met haar in mijn gebroken Spaans. En zij praat terug in haar gebroken Engels. In werkelijkheid hebben we niet eens heel vaak afgesproken in die twee weken. Maar ik ben compleet voor haar gevallen…

Het is nog steeds warm buiten. De zon gaat half februari net zo vroeg onder als bij ons in Nederland, met dat verschil dat de temperaturen hier ’s zomers zijn. Een vreemde gewaarwording is het. In het drinklokaal zorgt de plafondventilator voor enige verkoeling. Een muzikant met een gitaar onder de arm stapt binnen. Hij praat op gedempte toon met Juan, de jongen achter de bar. Het is ongelooflijk hoe muzikaal de Cubanen zijn. In elk restaurant, café of ‘paladares’ wordt live muziek gemaakt. Vanavond besteed ik er nauwelijks aandacht aan. Vanavond is mijn laatste avond hier, en daarmee is het de laatste kans om mijn liefde aan Ana te bekennen.

Ik heb er lang over nagedacht hoe ik dat zou doen. Zoals ik over alles lang nadenk. Te lang, vaak, in dit soort situaties. Bedachtzaamheid is niet de beste eigenschap van een goed minnaar, vertelde een vriend me eens. De subtropische warmte, de verkwikkende aanwezigheid van Ana, de zwoele muzikale tonen en vooral de dwingende deadline van mijn aanstaande vertrek, hebben mij tot een daad gebracht.
no nameIn de lobby van het Hotel Nacional is een juwelierszaakje dat de betere merken vertegenwoordigt hier op Cuba. Een paar maal ben ik er al langs gelopen. Vanmiddag staat er een sympathiek ogende jongen achter de toonbank, ik heb hem nog niet eerder gezien hier. Verlegen als ik ben, kom ik snel ter zake. Ik wijs een prachtig collier van Bulgari aan. Goud, van een redelijke fijne structuur, met witgouden details ingezet. Onderaan een hangertje met een twaalfpunts diamant. VVS, natuurlijk. Door een ingewikkelde BTW-constructie blijkt het collier bijna twee keer zo duur als het prijskaartje aangeeft. Kennelijk ziet de jongen mijn blik. Hij lacht vriendelijk: ‘Shall I pack it as a gift?’. Ik knik van ja.
En terwijl ik mijn credit card zoek, gaat hij naar achteren. Even later komt hij terug met een voor Cubaanse begrippen heel net ingepakt pakje. En met zo’n ouderwetse rolmachine om een afdruk van mijn card te maken.

En hier zit ik nu te wachten op Ana. Het pakje past net in de binnenzak van mijn zomercolbert. Valentijnsdag in Havanna. Mijn derde mojito is al half op, als zij het cafetaria binnenloopt. Of beter gezegd: binnen danst. Binnen schrijdt. Haar bewegingen zijn gracieus als van een engel, haar lach vult zwoel de ruimte. Ze draagt een jurkje dat haar lichaam nog beter doet uitkomen. We praten wat, we houden elkaars hand vast. Als ze lacht, ben ik een paar momenten weg van de wereld. De gitarist speelt liefdesklanken en loopt langs de tafeltjes.

Dit is het moment, denk ik. De Spaanse woorden die ik wil spreken, ben ik vergeten. Het doet er ook niet toe. Ik haal het collier uit mijn binnenzak. Ana kijkt me verrast aan. Haar ogen twinkelen. Die twinkeling waar ik zo verliefd op ben geworden in het warme Havanna. Terwijl ze het cadeau aanpakt, kijkt ze me diep aan. Vragend. Ik kan geen woord meer uitbrengen. Langzaam maakt ze het pakpapier open…

Plotseling wordt haar blik dof. En slaat meteen over in vurig. Anders vurig dan ik had gedacht. Haar onderlip trilt. Ze kijkt me aan. Uh, wat is dat? Ze lijkt wel boos. Ach, dat Cubaanse temperament ook. Neen, ze ís boos. Woedend! Haar mond trekt, haar ogen worden nauw. ‘You pig!’ bijt ze me toe. Ze staat plotsklaps op. Haar stoel wankelt. Met driftige passen loopt ze het café uit, mij verbouwereerd achterlatend.

Het pakpapier ligt op tafel in een prop, met de Bulgari doos ernaast. Leeg.

Twee kilometer verderop, in de grote betonnen woonkazernes van La Habana. Ik ken ze niet, ben er nooit geweest. En ik weet ook niet, dat op precies datzelfde moment Juanita haar vriend om de hals valt. Die vriend, is dat niet die jongen uit de juwelierszaak?
Zij is blij, dolgelukkig. Een prachtig Bulgaricollier heeft ze van hem cadeau gekregen. Voor deze Valentijnsdag.
Een collier zonder doos weliswaar. Maar wat kan haar dat schelen…?




6 Feb, 17:06
Deze week staat in het teken van het experiment. Het onethische en onverantwoordelijke experiment zelfs.

no nameWat wil het geval: poes Blackie valt even geheel onder mijn verantwoordelijkheid, nu haar bazinnetje een weekje weg is.
En een andere poes, laten we haar voor het gemak Marianne noemen, heeft met lede ogen gezien dat de Tweede Kamer nog niet toe is aan wat zij beijvert: circusdieren zouden verboden moeten worden.


Circusdieren zijn namelijk zielig. Het zijn van oorsprong wilde dieren en die moet men niet in een kooi stoppen en allerhande kunstjes laten doen.

Ik kan me gelukkig redelijk goed verplaatsen in de gedachte en gevoelens van een wild dier. Sterker nog: bij tijd en wijle gedraag ik me gelijkaardig. Overdag op de snelweg bijvoorbeeld, of ‘s nachts in de armen van een deerne. Kunstjes doen wordt daarbij hogelijk gewaardeerd, heb ik weleens gemerkt.

Tot zover dus nog geen sympathie voor het wetsvoorstel van Marianne.

no name Wat komt het handig uit dat ik deze week de vrije beschikking heb over poes Blackie. Alles wijst erop dat ook zij van oorsprong wild is. Zij jaagt op lege papierrollen, rent als een bezetene achter een huisvlieg aan en drinkt technisch water van het WC-plateau. In een imaginair overleg met poes Marianne heb ik besloten om de arbitrage van ons geschil neer te leggen bij Blackie.

Met een sardine laat ik Blackie de boekenkasttrap omhoog lopen. En met een tweede sardine verlok ik haar voorzichtig naar beneden te trippelen. Het zijn hele smalle spijlen hoor, zo’n boekenkastladder van Ikea. Likkebaardend en trots kijkt ze me aan. Nog een keer, baasje?

Het zitten op een kruk, in ruil voor een volgende sardine, gaat haar gemakkelijk af. Ze glundert en niets wijst op een afname van haar dierenwelzijn. In tegendeel, mevrouw Thieme!

Triomfantelijk gaan we door naar de derde en allesbeslissende proef: de Vuursprong. Voor het eerst vertoond in 1928 in het Staatscircus van Leningrad. Ik zet twaalf brandende waxinelichtjes in een cirkel op de tafel. In het midden leg ik, op een schoteltje, een sardine. Een hele vette ditmaal. Op de achtergrond klinkt een CD met tromgeroffel; ik wacht vol spanning op wat volgt.

Poes aarzelt niet, neemt een aanloopje, springt zó in de cirkel en grist de vis mee. Een lichte schroeilucht verraadt dat ze niet helemaal ongehavend de sprong heeft gemaakt. Ach wat zou het ook, het deert haar niets. Ze geniet van alle aandacht, het applaus en de heerlijke vismaaltijd die haar ten deel is gevallen.

Onze overwinningsroes wordt wreed verstoord door de deurbel. Het is zo’n hele harde, zo’n elektrisch snerpend geval, ik moet nog steeds een keer een andere aansluiten. Voor de deur staan twee mannen van Mediterrane komaf. "Die plastic zak, heeft u die?" vraagt een van hen haast onverstaanbaar. "Die zak van die kleren" verduidelijkt de ander. Oh ja, dat is waar ook: vandaag wordt er oude kleding ingezameld, die verscheept wordt naar landen waar de kinderen het armer en kouder hebben dan hier.
Tja, door alle gedoe over die circusdieren bleef er helemaal geen tijd over om die kledingzak te vullen…



25 Jan, 12:40
Als kleine jongen mocht ik langer opblijven als hij op TV was: Uri Geller. De Israëliër liet met zijn doordringende televisieblik lepeltjes buigen en kapotte horloges weer tikken. Onwaarschijnlijke magie: je hoefde als kijker de lepeltjes en horloges alleen maar voor de beeldbuis te houden, en het gebeurde allemaal.

Ja, in die tijd was het een sensatie. Zelfs Mies Bouwman op het andere net zag haar kijkcijfers dalen. Dagenlang werd er nagepraat op school.

Uri is wat in de vergetelheid geraakt. Daaraan maakt RTL nu een einde: vanaf aanstaande zaterdag gaat Uri op zoek naar een waardige opvolger. En niet alleen zoekt Uri een opvolger, neen, hij heeft zelfs toegezegd enkele van zijn kunsten te gaan vertonen. Want het gemiddelde RTL-publiek is zo jong dat men de goede man niet kent.

Natuurlijk ben ik een rationalist. Mijn spirituele intelligentie blijft ver achter bij het landelijk gemiddelde. Ik geloof er helemaal geen snars van.
Maar ook ben ik opportunist. En word ik bij tijd en wijle betrapt op een lichte, behandelbare vorm van grootheidswaanzin.
Dus zit ik zaterdag heus niet met een theelepeltje en een horloge voor de buis; driewerf neen! Wij pakken het namelijk GROOTS aan…

no nameWie mij kent, weet dat ik oude automobielen liefheb. Mijn trotse Witte Paard heeft in de 43 jaren van haar schitterende bestaan alleen maar gewonnen aan charme. De prijs daarvoor is hoog: na een volledige vervanging van de bodem hangt mij nu een kostbare motorrevisie boven het hoofd.

En dáárbij gaat Uri Geller mij helpen. Vanmiddag scheen de zon, ik heb de schuifpui opengezet en het bankstel opzij geschoven. De oldtimer met een aanloopje de woonkamer ingereden. De schuifpui kan net niet meer dicht, maar wat deert dat met deze temperaturen? Zittend op het geurende leer van de autofauteuils kan ik precies de beeldbuis aanschouwen. Op het houten dashboard is genoeg ruimte voor een stukje brie en een glas mooie wijn. En zo zal ik zaterdag hoopvol mijn televisieavond doorbrengen.

Shalom, mijnheer Geller. Ik weet dat u meeleest. Wilt u alstublieft mijn twijfelende ziel voor u winnen…?